Een 24-jarige jongen kijkt uit het raam van de trein en schreeuwt: "Papa, kijk de bomen gaan achteruit!" Papa glimlachte. Een jong stel zit vlakbij en kijkt de 24-jarige vanwege zijn kinderachtige gedrag met medelijden aan. Plotseling roept de jongen weer uit: "Papa, kijk de wolken lopen met ons mee!" Het jong stel kon het niet laten en zei tegen de oude man: "Waarom ga je met je zoon niet naar een goede dokter?"

Twee monniken waren samen op reis. Aan de over van een rivier zagen ze een vrouw zitten huilen. Een van de monniken vroeg haar bezorgd wat er aan de hand was. De vrouw antwoordde: "Ik moet de rivier oversteken, maar ik kan niet zwemmen. Ik ben bang dat ik verdrink." Zonder te aarzelen pakte de monnik haar op en droeg haar naar de overkant. Daar legde hij haar voorzichtig neer. Zij bedankte de monnik hartelijk voor zijn hulp.

Een leraar psychologie loopt rond in het klaslokaal en vertelt over het omgaan met stress. De leraar heeft een glas water in zijn hand. Alle leerlingen verwachten de vraag of het glas halfvol of halfleeg is. In plaats daarvan vraagt de leraar met een glimlach op zijn gezicht: "Hoe zwaar is dit glas?" De leerlingen geven antwoorden variërend van 25 gram tot 200 gram.

Hier het verhaal van een docent die zijn college begon met een biljet van twintig dollar omhoog te steken en vervolgens de vraag stelde: "Wie wil deze twintig dollar?" Verschillende handen gingen de hoogte in, maar de docent zei: "Voor ik het weggeef, moet ik eerst nog even iets doen." Als een wilde begon hij het papiertje te verfrommelen en vroeg vervolgens: "Iemand die deze twintig dollar nog wil?" Dezelfde handen gingen de lucht in.

Een bakker kreeg boter van een boer en de boer brood van de bakker. Na een tijdje viel het de bakker op dat de stukken boter van de boer,  die drie pond zouden moeten wegen, steeds lichter werden. Zijn weegschaal gaf hem gelijk en hij klaagde zijn boterleverancier aan bij de rechter. Uw stukken boter zouden niet het vereiste gewicht hebben, zei de rechter tegen de boer. Dit stuk zou drie pond moeten wegen, het weegt echter  veel minder. Dat is uitgesloten, meneer de rechter, zei de boer, ik heb het elke keer nagewogen. Misschien kloppen uw gewichten niet, meende de rechter. Hoezo gewichten, vroeg de boer stomverwonderd, ik heb helemaal geen gewichten, die gebruik ik nooit. "Maar waar weegt u dan mee als u geen gewichten heeft," vroeg de rechter. "Heel eenvoudig," zei de boer, "Ik krijg mijn brood van de bakker en hij krijgt boter van mij. Een  brood weegt drie pond dus leg mijn boter links op de weegschaal en een brood rechts en zo weeg ik dat af."

Er was eens een boer die een arm plattelandsdorpje woonde. De boer werd als iemand in goede doen beschouwd, want hij had een paard dat hij gebruikte om mee te ploegen en ook om er allerlei dingen mee te vervoeren. Op een dag ging zijn paard ervandoor. Alle buren vonden dit vreselijk, maar de boer zei alleen maar: "Ach wat is pech en wat is geluk". Een paar dagen later kwam het paard terug en bracht ook nog twee wilde paarden mee. De buren vonden allemaal dat hij geweldig geluk had gehad, maar de boer zei alleen: "Ach, wat is geluk en wat is pech".

Er was er eens een man die gelukkig leefde met zijn vrouw en hun enige pasgeboren zoon. Op een dag zei de vrouw tot haar man: "Jij blijft hier met onze zoon terwijl ik naar het badhuis ga. Ik zal niet lang weg blijven." Terwijl de man thuis zat en zijn zoon boven lag te slapen, kwam er een boodschapper van de koning. De koning wilde dat de man onmiddellijk naar het paleis kwam. De man kon daarom niets anders doen dan de koning gehoorzamen en naar het paleis gaan. De man maakte zich geen zorgen om de jongen die hij alleen moest achterlaten in het huis omdat hij een trouwe hond had om hem te bewaken. Deze hond die bij hen was komen wonen toen het nog een puppy was en was een deel van de familie geworden. Daarom kon de man de deur van het huis met een gerust hart sluiten en op weggaan samen met de boodschapper.

Een Indisch sprookje vertelt over een hond die in een kamer rondrende, waarvan alle wanden van spiegels voorzien waren. Plotseling zag hij veel honden, en hij werd woedend, liet zijn tanden zien en gromde. Alle honden in de spiegel werden even woedend, lieten hun tanden zien en gromden. De hond schrok en begon rondjes te lopen tot hij eindelijk in elkaar stortte. Had hij maar eenmaal met zijn staart gekwispeld, dan hadden al zijn spiegelbeelden hetzelfde vriendelijke gebaar teruggegeven.

Je kunt kwaadaardig tegen elkaar doen, maar vriendelijkheid duurt het langst.

Meer verhalen