Geloof

Een jongetje keek naar zijn oma die een brief aan het schrijven was. Op een gegeven moment vroeg hij: "Oma, schrijf je een verhaaltje over wat wij samen hebben meegemaakt? Of schrijf je misschien een verhaaltje over mij?" Zijn oma stopte met haar brief, glimlachte, en zei: "Ik schrijf inderdaad over jou. Maar belangrijker dan de woordjes die ik schrijf, is het potlood waarmee ik schrijf. Ik zou willen dat je later, als je groot bent, net zoals dit potlood wordt." Het jongetje keek nieuwsgierig naar het potlood, maar kon niets bijzonders ontdekken. Maar het is gewoon maar een potlood! Het is maar hoe je er naar kijkt. Het potlood heeft vijf bijzondere dingen die jou, maar dan moet je ze wel onthouden, tot iemand zullen maken die altijd in vrede met de wereld zal leven.

Een man plantte eens een roos en waterde deze volop en gaf hem zo nu een dan eens wat mest. De roos groeide en de knoppen begonnen te komen. Maar tegelijk met deze knoppen kwamen ook steeds meer doorns aan de roos. "Hoe kan zo'n mooie bloem zo onder de doorns komen," vroeg de tuinman zich af. Verdrietig geworden door deze gedachte, verwaarloosde hij de roos en deze stierf af.

Ze had boodschappen gedaan in de supermarkt met haar mama. Ze zal ongeveer zes jaar oud zijn geweest, dit prachtige roodharige sproetige beeld van onschuld. Het stortregende buiten. De soort regen dat goten en afvoerputjes doet overstromen. Zo gehaast om de aarde te raken, dat het geen tijd had om de straal wat zachter te zetten.

We stonden allemaal onder de luifel en de ingang van de supermarkt. We wachtten, sommigen geduldig, anderen geïrriteerd, omdat de natuur hun haastige dag in de war had gegooid. Ik ben altijd wat dromerig als het regent. Ik verdwijn in het geluid en in het gezicht dat de hemel het vuil en het stof van de wereld afspoelt. Herinneringen van rennen en spetteren als een kind, zo zorgeloos stroomden binnen als een welkome onderbreking ven een dag met zorgen.

Op een dag komen twee jeugdvrienden elkaar naar jaren weer tegen. Ze spreken af een keer bij te praten. Niet lang daarna zitten de twee vrienden bij één thuis koffie te drinken. Het is een warme zomerdag en de deur naar het balkon van de flat staat open. Tijdens het gesprek van de twee vrienden horen ze geruzie van enkele kinderen buiten. De twee vrienden staan op en lopen naar het balkon. Een groepje jongens staat om een jochie heen en ze trekken en duwen hem. Een van de twee vrienden wordt kwaad en stormt naar beneden.

Omdat ze zijn vooruitgang op de piano wilde aanmoedigen, nam een moeder haar zoontje mee naar een Paderewski concert. Nadat ze hun plaatsen hadden gevonden, ontdekte de moeder een vriendin in het publiek en liep het gangpad door om haar te begroeten. De gelegenheid te baat nemend om de wonderen van de concerthal te ontdekken, stond de kleine jongen op en vond uiteindelijk zijn weg door een deur waarop stond "GEEN TOEGANG."

Toen de lichten dimden en het concert ging beginnen, keerde de moeder terug naar haar stoel en ontdekte dat haar zoontje weg was. Ineens gingen de gordijnen open en de spots richtten zich op de imposante Steinway op het podium. In afgrijzen, zag de moeder haar zoontje zitten achter het klavier en onschuldig begon hij te spelen "Altijd is Kortjakje ziek."

Een groep mensen was met een vakantiereis in Zwitserland. Zoals alle dagen stond er ook voor deze dag een tochtje op het programma. Men zou een stad bezoeken ergens in de vallei. De mensen stapten, gevolgd door de reisleidster, in de bus en maakten het zichzelf gemakkelijk. De buschauffeur, Heinz, stelde zich voor. Heinz was een ervaren buschauffeur van midden in de 30 en woonde in een dorpje in de vallei, een paar kilometer verwijderd van de stad die ze vandaag zouden gaan bezoeken. Iedere dag reed hij met een bus vol met toeristen door de bergen naar de mooiste en leukste plekjes. Onderweg vertelde de reisleidster allerlei verhalen en soms vulde Heinz deze onder het rijden aan.