Hij gebruikte zijn verleden
als excuus
om niet meer door te leven.
Hij zag geen gouden regen,
slikte zijn verdriet in,
omdat niemand nog
een gewillig oor voor hem had.
Hij zoop zijn pijn weg,
spoot zijn aderen vol bitterheid
om niets te voelen, niets te weten.
Zijn emoties, geweten
en rechtvaardigheidsgevoel
werden één rechte lijn
op zijn cardiograaf.
Totdat zijn duister verlicht werd
en zijn wereld de zoetste
van alle werelden was.
In gedachten
gaf hij zijn herinneringen,
hart en zachtaardigheid weg
aan mensen
die het beter konden gebruiken
dan hij ooit had gekund.
Toen was alles perfect!
En hij sliep...
met een glimlach om zijn mond.

Een blauwe maan likt de ramen van je huis.
Je bent geestelijk leeg, geestelijk niet thuis.
Overal en nergens, niet op het juiste pad.
Je kijkt naar de maan, God wat ben je 't zat!
Hoe moet dat nu lieve vriendin?
Heeft het leven echt geen zin?
Heb je echt geen doelen meer?
Doet het allemaal echt zo'n zeer?
Hoe moet het dan met ons, jouw directe omgeving?
Die jou smeken om door te leven, zelfvergeving?
Op je inpraten om die zelfmoord te voorkomen,
zodat je blijft vechten, knokken en dromen.
Maar nee, mijn hart scheurt in pijnlijke stukken
als ik denk aan jouw zelfmoord die nu gaat lukken.
Dat ik je niet kon bereiken in jouw eenzaamheid.
Ik raak door jouw daad een goede vriendin kwijt.
Tja lieve vriendin, wat kan ik nog zeggen?
Je verlangen naar de dood is niet te weerleggen.
Jouw leven werd een leven zonder dromen.
Ik huil vast één traan van de vele die gaan komen.

Sta op een bergtop.
Zo hoog, wat een uitzicht.
Wil verder naar de lucht.
Hoe hoger ik kwam,
hoe kouder het werd.
Minder lucht, het werd zwaar.
Voelde mijn voeten niet meer,
alles in mij lichaam deed zeer.
Strompelend naar boven,
zag veel diepen kloven.
Alles was zo anders daar,
ik keek af en toe er na.
Het kon mij eigenlijk niets meer schelen,
wilde weer naar beneden.
Met een grote lijn
verdwijn ik een het ravijn.
Met veel gegil duvel ik naar beneden,
alles werd zwart voor mijn ogen.
Donker tunnels als je er zelf in zou geloven.
Met veel gepraat om mij heen
zag ik iedereen die naast mijn bed stonden te kijken.
"Wat wilde jij hiermee bereiken," werd er tegen mij gezegd.
Maar ik wilde gewoon even uit het dagelijkse leven weg.
Wou even wat anders dan altijd, 
klaar te staan voor iedereen.
Want ik voel mij een buitenbeentje
en dat vind ik verdomd gemeen.