Ziekte

Bange, verwarde gelaatsuitdrukkingen
verbergen een lege herinnering.
Zoekend naar een aanknopingspunt,
zelfs een enkel klein ding.
Familie of vrienden
die uit onmacht vragen blijven herhalen
om die uitgewiste gedachte
verplicht naar boven te halen.
Angstig kijkt hij,
een vragend gezicht in de ogen.
Dan komt zijn antwoord
en blijkt ongewild gelogen.
Hij weet het niet meer, huilt
en raakt overmand door spijt.
Gelukkig weet hij ook niet meer
dat hij aan de ziekte van Alzheimer lijdt.

Het is zowat onmogelijk
zo'n gevoel met contradictie.
Die ruzie met realiteit
als eeuwig conflict met frictie.
Het is zowaar te zwaar
om te voelen zonder gevoel.
En mijn essentie van het leven
lijkt dan zonder doel.
Het is een regelrechte gotspe
dat hersen woelen telkens weer.
Ik kan er niet mee stoppen.
En mijn hoofd?
Die doet zo'n zeer.
Dan wordt het me teveel
en snij ik dus mijn armen open.
Aanschouw het rood van schaamte
wat over mijn arm probeert weg te lopen.
Het is het bloed wat mijn geweten sust,
het is het vocht van innerlijke rust.

Jouw voeten lopen
maar jou lichaam
wil niet meer met je mee.
Je lijf is moe,
die wilde niet meer.
Toch zal je moeten,
anders moet ik jou
op je  bed  bezoeken.
Vecht tegen de pijn.
Lopen je voeten
samen met die van mij
rustig verder.
Jouw lichaam heeft heel wat moeten doorstaan,
maar jij zal hier ooit recht voor mij staan.
Wij gaan samen deze vermoeiende strijd aan.
jij wint deze strijd!
Voel je lichaam,
waar komt al die strijd lust toch vandaan?

Na een hele lange tijd
ben ik bezig met een harde strijd.
Spieren oprekken, oefeningen voor de rest van mijn lijf.
Twee keer in de week naar het ziekenhuis.
Dat is niet mis, maar voel mij daar wel pluis.
Moe en nog eens moe,
maar ik ga door met deze strijd,
want ik vind het nu wel tijd
dat ik eindelijk weer eens een normaal leven kan gaan leiden.
Maar dit zal nog enige tijd van mij vergen,
als het mij zal gaan lukken om weer te kunnen gaan lopen.
Dan zal ik huilen van geluk,
want dan kan het voor mij niet meer stuk.
Hoe moeizaam het ook zal zijn
en ook met heel veel pijn,
ik zet nu alles op alles.
Ik ga gewoon door.

Donker als de nacht.
Laten rijden
over de straten.
Zo donker,
maar je hoort wel gepraat.
Lopen met je hond
die je zal begeleiden,
winkels in
en over de straten.
Je ziet niets,
maar wel gepraat.
Zo donker als de nacht.
Wou dat zij weer daglicht zagen.
Lopend met een stok
of je begeleidingshond
is zo verschrikkelijk.
Nooit kunnen zien
wat daglicht is.
Is voor hun een groot gemis.
Wou dat ik er een oplossing voor had,
dan schonk ik jullie allemaal.
Een beetje daglicht,
ik vind het normaal.
Want daglicht is voor ons allemaal.

Geen lucht meer, lijden onder zijn ziekte.
Benauwd iedere dag naar lucht happen.
Piepend naast je staan, gorgelend van binnen.
Het slijm dat niet los wil gaan.
Snakkend naar lucht,
nergens kon hij het halen.
In ziekenhuizen kreeg hij medicijnen.
Toen na zo veel tijd
werd hij weg gebracht naar Zwitserland
en daar was met hem niets aan de hand.
Lucht genoeg voor hem,
zo kenden wij hem niet.
Thuis was hij een stumpertje, zoals wij hem zagen.
Benauwde momenten voor hem
en dat wij het heel vaak zagen.
Hij kreeg heimwee naar huis, was zestien jaren oud.
Eenmaal weer hier aangekomen
liep hij weer met zijn inhalatie pompen.
Hij wilde gaan werken en dat deed hij dus ook.
Wilde gaan roken, terwijl de artsen het hem verboden.
Hij kreeg een hele zware aanval op de eerste kerstnacht.
Vader over de rooie, pakte hem beet.
In de auto naar het ziekenhuis
waar hij een spuitje kreeg.
Hij gilde: "O, dokter mijn hart, mijn hart."
Zodat de arts tegen hem zei:
"Stel je niet zo aan, jij bent een jonge knul."
Wat is dit voor gelul?
Hij mocht weer mee met mijn vader naar huis,
dachten dat zijn benauwdheid wel zou zakken na de fatale spuit.
De tweede kerstdag moesten wij naar een verjaardag.
Mijn vader zei: "Knul hoe is het er nu mee?"
En hij schudde met zijn hoofd van nee.
Vader zei: "Dan blijven we maar thuis."
Dat wilde mijn broertje niet.
Weg vanuit Maassluis naar Den Haag voor die verjaardag.
Hij is bij mijn oudste broer gaan staan in de keuken
en dat was zijn laatste zicht.
Hij heeft zo afscheid genomen van zijn leven hier.
Er kwam een gil vanuit de keuken, want mijn jongste broertje was daar niet.
Zat al een langere tijd op het toilet,
kwam geen geluid daar meer vandaan.
Op de deuren slaan, geen antwoord meer.
De deur werd snel open gemaakt en hij klapte op de grond neer.
Paars aangelopen gezicht, had geen lucht.
Vader en broer tilde hem op, snelden zich naar de auto.
Met een sneltreinvaart naar het ziekenhuis in Den Haag.
Helaas was het te laat.
Hij is gestikt bij mijn pa in de auto, heel naar.
Was een jonge knul van zestien jaar,
die zijn leven verliet en ons achter liet met veel verdriet.
Weet dat hij daar in goede handen is, waar hij nu is.
Nu hoeft hij niet meer te vechten voor lucht.
Dat is voor hem het beste,
want altijd in astmacentrums te zijn
was voor hem ook niet altijd fijn.
Nu is hij verlost van al deze ellende en hij heeft nu rust.

Pijn en pijn
die nooit verdwijnt.
Zal wel zo zijn
om een te zijn met je pijn.
Zitten de hele dag
in mijn rolstoel.
Heb ik wel een doel?
Wou dat het leven anders was,
maar nu weet ik het pas
dat dit nu  voor de rest van mijn leven
aan vast gekluisterd zit.
Maar geef niet op!
Zet mijn hoofd gewoon weer recht op.
Vechtend dat ik er ooit weer eens uit kom.
Zal wel een droom zijn,
maar is een wens
die ik zo graag voor mij zie
en weer zo door het leven kan gaan
zoals eerst.
Maar ik krijg zo veel steun
dat ik mij erbij neer heb gelegd.
Zal mijn hoofd niet laten hangen.
Wil iedereen die hier mee zit zeggen:
"Kijk wel vooruit.
Neem zoals het nu is,
al zijn er dingen die je nu
in je leven mist.
Er zijn nog zoveel dingen
waar je ook nu nog mee kan beginnen.
Kijk naar mensen die het erger hebben.
Put daar je moed uit
en kijk weer vrolijk vooruit.
Met voor- en tegenspoed,
er is niemand die het voor jou doet.
Zolang je het zelf weet
en niets je kan tegenhouden,
zullen er toch altijd nog mensen zijn die van je kunnen houden.
Met je ziektes kunnen omgaan."
Ik spreek hier uit mijn eigen naam.

Zweven boven de aarde.
jij wil het raken,
de grond, maar dat gaat niet.
Jouw voeten raken de aarde niet.
Wat jij ook doet en probeert,
jouw voeten gaan niet meer.
Jouw benen slap hangend onder jou lijf.
De rest is stijf.
De aarde lijkt zo ver weg,
maar ook zo dichtbij.
Voel jij de aarde maar net zo als wij.
Zwevend met die gedachte,
hoelang jij nog moet wachten
voor jij je voeten weer op aarde zet.
Wetend dat het nog wel zou komen
en dat jou benen en voeten weer op aarde zullen komen.

Elke dag weer,
keer op keer.
Verrekken van de pijn,
niet meer de oude kunnen zijn.
Mensen om je heen die je stom aan zitten te kijken,
omdat ze het niet begrijpen.
"Jij hebt toch niets? Er is toch niets aan de hand?"
Ach ja, hoe breng je zo iemand het aan zijn verstand?
Hoe het is om met continue pijn te moeten lopen,
kan zelfs af en toe geen vuilniszak dichtknopen.
Vermoeidheid, pijn in de gewrichten, verkrampte handen, slapeloosheid het hoort er allemaal bij.
Dus ja, dat maakt een mens niet echt blij.
Maar door mijn humor en de liefde van de mensen om me heen
blijf ik op de been.
Want positief blijven denken is een feit,
anders raak je de werkelijkheid kwijt.
En het leren accepteren is een belangrijk iets,
anders bereik je echt niets.
Het is ook nog niet zo heel bekend,
en het wordt helaas ook nog niet overal erkend.
Medicijnen en de oorzaak zijn nog niet achterhaald, maar daarom zijn ze in Amerika nog druk aan de studie,
maar ze noemen het 'Fibromyalgie'.

Meer artikelen...