Een regenboog.
Aan het einde
een pot vol goud.
Kabouterschat.
Waar is het begin?
Waar is het einde?
Of is er tweemaal een begin?
Of is er tweemaal een einde?
Twee potten?
Of geen?
Alles?
Of niets?

In het grote donkere bos
daar woont een goede fee.
Er liepen twee kinderen,
broer en zusje, samen hand in hand
door het enge, grote bos.
Samen hadden ze veel plezier.
Ze vonden paddenstoelen en nog veel meer.
Maar het werd al erg laat
en broer en zusje hadden dat nog niet in de gaten.
Ineens begon het meisje te huilen
en broer vroeg: "Wat is er zusje?"
Zij antwoorde: "Ik ben moe en ik heb honger."
Broer haalde een zakje met wat brood uit zijn zak
die zijn moeder meegegeven had.
Hij gaf zijn zusje een stukje van het brood
en zij smulde er zo van
en ze zei: "Ik ben moe maar ook wel blij.
Wij gaan fijn naar onze oma toe."
Broertje knikte, keek even om zich heen.
Het werd donkerder in het grote diepe bos.
Hij zei tegen zijn zusje: "Ik weet niet waar we zijn."
Zusje begon te huilen: "Ik wil naar huis, wil bij mama zijn.
Het is hier zo donker en zo eng.
Hoor maar naar al die geluiden
die ik niet herken," huilde ze.
Haar broer legde haar op het mos:
"Ga maar even rusten, dan zal ik eens kijken waar wij zijn."
Hij drentelde een beetje heen en weer.<Br>
Donker werd het in het diepe bos steeds meer.
Hij werd nu ook bang.
Hij ging bij zijn zusje zitten en begon zelf nu ook zachtjes te huilen.
Hij hoorde nu ook van zulke gekken geluiden.
Hij hoorde geritsel achter hem
en keek op en zag daar een beeldschone vrouw staan,
met een wit gewaad aan.
Lange blonde haren en met een stafje in haar handen.
Deze vrouw knielde naast hun neer.
Zij sprak heel zacht met de lieve stem die ze had,
Zij sloeg een arm om de kinderen heen  en vroeg heel lief:
&quot;Waar wilden jullie heen?&quot;
&quot;Naar oma,&quot; gilde het zusje.
Deze vrouw gaf haar snel een kusje.
Het broertje vroeg heel beleeft:
&quot;Kunt u ons naar onze oma brengen?&quot;
De fee lachte en zei: &quot;Kom maar met mij mee.&quot;
De kinderen gaven haar een hand en het meisje vroeg haar:
&quot;Wie bent u dan?&quot;
&quot;De goede fee,&quot; zei deze vrouw.
&quot;Ik help kinderen net als jou.
Ook voor je broer ben ik er nu.
Ik zal nu zorgen dat jullie snel bij jullie oma zijn.&quot;
De kinderen waren heel erg blij.
De goede fee zei een paar spreuken
en zwaaide met haar stafje over de hoofdjes van deze twee kinderen
en later konden deze twee zich er niets meer  van herinneren.
Ze stonde pardoes bij hun oma voor de deur
en ze gilden: &quot;Oma, doe open de deur!&quot;
Oma rende naar buiten
en sloot de kinderen in haar armen.
&quot;Kom lieverdjes, zal jullie binnen wel verwarmen.&quot;
Eindelijk waren ze nu daar
en oma had veel lekkere dingen klaar.
Ze smulde en dronken wat
en nu gingen ze slapen.
Na zo avontuur waren de kinderen best wel moe.
En oma is trots dat haar kleinkinderen
haar wisten te vinden
Maar zij wist niet dat de goede fee,
deze twee bij haar had gebracht.
De goede fee keek nog even toe
hoe oma haar ramen sloot.
En de zij ging weer weg ,
terug naar het grote donkere bos,
waar de goede fee verdween in het zachte mos.