Liefdesverdriet

Ik heb een lelijke wond
die iedere keer weer openspringt
als ik jou
weer in mijn gedachten
voorbij zie trekken.
En elke keer als er een dun vliesje,
ten teken van heling, verschijnt
scheurt het met veel pijn
onverbiddelijk open
om dan mijn obsessie te ontdekken.

Je ruikt naar musk,
je huid is perzikzacht.
Je lippen smaken naar kersen,
jouw haar een bloemenpracht.
Je ogen vragen om een kus.
Ons verlangen is naakt.
Jouw lichaam voelt aan alsof het voor mijn handen is gemaakt.
En als je niet bij me kan zijn,
dan vrij ik vrijuit met mijn kussen,
dat nog steeds naar jouw parfum ruikt.
Dan pas besef ik hoeveel ik je mis...

Je moest eens weten
hoe erg ik je nu mis.
Hoe ik verlang naar je stem,
je warmte, naar jou.
Je moest eens weten
hoeveel ik van je hou.
Hoe graag ik naar je wil kijken,
diep in je mooie ogen.
Je zachte lippen kussen,
je vasthouden.
Maar niets van dat alles
kan ik nu doen.
Ik kan enkel met pen beschrijven
wat ik voel!

Ik liep laatst op het kerkhof,
aanschouwde die trieste blikken.
Stopte bij een leeg graf
en dacht: "Potverdikke!"
Geobsedeerd bleef ik staan,
al starend naar dat gat.
Nou, nou, dat was diep,
dat was dieper dan een zwembad.
En zelfs haar maten klopten,
wat een geluk!
Dat kon een mooie worden zeg,
met een beetje opsmuk!
Ik bleef staan malen
moest zelfs een pauze inlassen,
want ik hoorde mijzelf denken:
"Zou zij daar in passen?"

Het gevoel van een gebroken hart,
weet iemand wat ik bedoel.
De bange maar rare gevoelens,
de onzekerheid.
Die maar in je hoofd blijven rondspoken.
Wat zou ik doen of wat niet?
Kan iemand je hart zo erg beschadigen?
Iemand die je je hart toevertrouwde
en het breekt?
Heelt die wond ooit of blijft het me achtervolgen
heel mijn leven?
Zal ik er mee leren leven
of zal ik ermee moeten leven?
Niemand weet het.
Niemand weet wat ik bedoel.
Heeft mijn leven nog wel een doel?
Het geeft me geen goed gevoel.

Je sloopt mijn hart
en verkracht mijn ziel.
Jouw venijnige trappen
vernielen mijn achilleshiel.
En dan die hersenspinsels,
rondwarend in je hoofd,
die jou voor altijd zullen beletten
wat je me eigenlijk had beloofd.
Je sloopt echt mijn hart, mijn lief
en verkracht absoluut mijn ziel.
Maar door jouw oneindig trappen
is er niets meer over van de achilleshiel.
Er zal dus niets veranderen
met die spinsels in je hoofd,
waarmee je me keihard weet te raken
en het me geestelijk volkomen verdoofd.
Je sloopt mijn hart
en de basis, de achilleshiel.
Waardoor er voor mij niets meer rest
dan een leeggeroofde ziel.

Morgen is te laat.
Vandaag is te vroeg,
nu jij bij mij weggaat.
Jouw hart is zo koud,
mijn liefde zo heet.
En al is het fout,
ik weet dat ik jou nooit vergeet.
Groot het verdriet,
weg mijn geluk.
Omdat jij mij verliet
is mijn leven stuk.
Al is het niet goed,
ben ik daarom dan slecht?
Er gebeurd toch wat moet?
Hoe hard je ook vecht...
Toch is het leven
beter dan de dood
als je maar blijft streven
bij geluk en bij nood...

Mocht ik je maar beminnen,
je door je haren strelen.
Jouw lippen op de mijne voelen,
of de liefde met je delen.
Mocht ik in het minnespel
jouw borsten toch maar kussen,
al mijn passie aan je geven.
Geen mens kwam daar nog tussen!
Mocht ik maar van je houden
samen in onze plaghut,
maar jij wil verdomme niet,
jij stomme tulpentrut!

Ik wou dat je me mistte,
dat in een keer
me hoofd volstroomde
met liefde van jou.
Maar in werkelijkheid
gaan we iedere dag
een stap verder uit elkaar.
Dan worden de vlinders versteend
tot ze helemaal verdwenen zijn
en ons wordt vervangen door
jij en ik.
Ook al heb ik
dit anders gewild,
verstenen toch de vlinders.
In me buik gaan we verder
zonder het woordje ons...

Meer artikelen...