1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Dagdromend
in het felle licht der zon,
zij brandde op mijn naakte lichaam.
Koude gedachten voerden mij
door de onzekerheden uit een vorig leven.
Alles leek bedreigend,
maar het was vooral eenzaam.
Zwervend door de innerlijke angsten
met een siddering in mijn ziel.
De gruwel, voor mij bestemd,
was in al zijn ijzingwekkendheid
soms uiterst subtiel.
Ik schudde de gedachte van me af.
De kilte maakte plaats voor warmte
en scheidde de koren van het kaf.
De metamorfose van excessen
beeldden nu rust en veiligheid.
Ik voel me zo bevrijdt!
Zo zeker als nu alles is
kon ik nooit bevroedden.
Dat jij in mijn leven kwam
al helemaal niet vermoeden.
De verandering
in mijn denken, voelen en geven
gaven juist die draai aan het leven.
Ik ben dankbaar voor ons lot, mijn zielsverwant.
De liefde die ik voor je voel
is een onmetelijkheid want,
het zal zich uiten in een innige trouw.
(...)
Ik hou zo vreselijk veel van jou.