Liefde

Een zomer sterft in een vroege september.
De zon zakt in een bittere herfst.
Kleuren verven een palet van gember.
De liefde voelt nu op z’n verst.
Dromen dragen verlangen opdat 't hart klopt.
Waar ben je in het duister dezer dagen
als de hoop zich achter realiteit verstopt
en de liefde verdrinkt in oude sagen?
Lange nachten passeren in overvloed.
De tijd, herinnering aan verblind geluk.
Te ver in afstand, zo veel te laat.
Ik lees mijn hart en lees: "Het is stuk."

Ik bracht
heel wat geestelijke bagage mee
in onze relatie, jij de jouwe.
Samen kieperden we onze koffers leeg
en verdeelden het in onze kasten.
Deden water bij de wijn van onze lasten.
Deelden de verkennende liefde,
zwakheden en 'ons hele zijn'.
Niet onbevlekt voor oude angsten,
die toch bespreekbaar bleken
om de duidelijkheid te duiden.
Waardoor wij toch
de liefde, haar klokken, lieten luiden.
Oh mijn God!
De liefde die ik voor je voel
en me soms zo nietig maakt,
dat ik me geen raad weet van verwarring
met die overdaad van een nieuwe dag
en zijn zin begoochelende ochtenddauw.
Ik kan dan alleen maar bedenken
hoeveel ik van je hou.
Ondanks mijn bagage
neem je me zoals ik ben.
Daarom is het veel te simpel
om je de liefde te verklaren met woorden
omdat ik dat veel beter... 'ken'.

Het was niet zomaar
dat wij wat kregen met elkaar.
Onze relatie, onverwacht,
gestuurd door een hogere macht.
Een richting in geduwd,
oude gevoelens ooit geluwd,
maar nu herboren
als een heldere dag
in een lichtblauw ochtendgloren.
En mijn nieuw geboren verlangen
is niet alleen voelbaar in de wandelgangen.
Mijn liefde voor jou strekt zich uit
zover als alle armen kunnen spreiden.
Ik laat me verassen door
de zoete smaak van fantaseren
en laat me zelfs verleiden
dat ik jou in één gedachte
naast me kan verwachten, je lippen beroer,
je lichaam streelt en ons leven met liefde overvoer.
Zodat onze dagen in licht zijn gehuld
en al onze wensen worden vervuld.
Nee, het was niet zomaar
dat wij wat met elkaar kregen.
Het was voorbestemd op de dag
dat onze harten samensmolten,
wij elkaar kusten, heel verlegen.

De liefde kan op afstand,
maar ook van dichtbij.
Je bent in ieder geval elkaars vriendjes,
maatjes of hoe het ook zij.
Je hebt samen soms wat praatjes
als elkaars tegenpolen of gelijken.
Want zo nu en dan heb je een ruzie,
waar van nature de spijt zal neerstrijken.
Je bezorgt elkaar soms verdriet,
maar vaker nog een lach.
Je bent elkaars leven
en elke dag samen bezit je een prachtige dag.
Je beslist met z'n tweeën maar ook alleen.
Je bent gevoelsmatig nooit eenzaam
door de gedachte aan elkaars liefde,
al ga je ik weet niet waar heen.
Als elkaars schouder tot steun
of die koesterende arm als troost,
ben je ook een baken in donkere tijden.
Mocht de één van de ander lijden.
Je helpt elkaar met je eigen ik,
in goede en in slechte tijden,
ondanks elke onafhankelijkheid.
Je bent elkaars soulmate tot in eeuwigheid.
Maar elk met een eigen leven, een eigen huis.
De liefde mag dan heel mooi zijn van dichtbij,
maar ook met ieder zijn eigen vrienden want...
de liefde kan zelfs mooier zijn op afstand.

In mijn gevoel beleef ik
de fysiek grote afstand met jou
als een kille leegte,
merkbaar diep in het binnenste
van mijn hele wezen, mijn ziel.
Het is een vreemd palet
met intens gevoelige kleuren
en een zweem van grauwheid.
Eenzaamheid! Wat niet eerder opviel.
Een wisselende gemoedstoestand.
De opgewektheid blijft verlaat.
Ik mis je mijn liefste, vriendin
en partner in leven, kameraad.
Om mijn verfbord van tegenstellingen
te verbloemen met wat draagbaarheid
voer ik jouw geestelijke aanwezigheid
met ongerepte liefde. En raad?
Want eindelijk dan, in gedachten
met een opwellend verlangen,
verschijnt jouw lief lachend gelaat.

Uitgeput, door de liefde verzadigd.
Ogen gesloten door de korte nachten.
Zachtjes ademend, lichtjes snurkend
lag je op de totale ontspanning te wachten.
Na de slaap die maar niet komen wou.
In de euforie van het vrijen vergeten.
Nam Morpheus, na mij, keihard jou
in een slaap mee, heel verbeten.
Je laat jouw vermoeide lijf rusten
in zijn armen, die als kussens zijn gedrapeerd
en je na de lange, intense nachten
als jouw lot hebt geaccepteerd.
Dromen nu. Beelden zacht en lief.
Slapen, slapen. Sláááápen!
Niets meer willen weten.
(...) Ik moet er zelfs van gapen.
Daar lig je dan, jij Koningin van Dromenland.
Op je zij, als een oase van diepe rust.
Je adem, ademt zachtjes door.
De ontspanning heeft de strijd gesust.
Ik leg me naast je neer en sluit mijn ogen.
Ik kom je opzoeken in jouw land
om je mee te nemen naar mijn plekje.
Gaan we lekker vrijen op 't strand.

Het was van je te verwachten.
Juist met dát verraad
bezorgde jij me slapeloze nachten.
Ik voelde koele winden
gedragen door de stem van een sirene
mijn breekbare ziel beroeren.
Jouw stalen gelaat verried de zakelijkheid
van de Amsterdamse hoeren.
Je rigide houding bleef kundig verborgen
opdat jij voor je wraak kon zorgen.
Je smeekte me om terug te komen.
En ik kwam terug als een naïef kind,
om het nieuwe leven achter me te laten
zodat wij samen van 't oude konden dromen.
En jij, na twee nachten kon besluiten
om al mijn ruiten
vol haat in te gooien uit jaloersheid.
Nu was ik écht alles kwijt!
Zo'n laffe daad
kon ik van jou verwachten want;
jij huwde, na mij, met het motto:
"Oog om oog en tand om tand."

Dagdromend
in het felle licht der zon,
zij brandde op mijn naakte lichaam.
Koude gedachten voerden mij
door de onzekerheden uit een vorig leven.
Alles leek bedreigend,
maar het was vooral eenzaam.
Zwervend door de innerlijke angsten
met een siddering in mijn ziel.
De gruwel, voor mij bestemd,
was in al zijn ijzingwekkendheid
soms uiterst subtiel.
Ik schudde de gedachte van me af.
De kilte maakte plaats voor warmte
en scheidde de koren van het kaf.
De metamorfose van excessen
beeldden nu rust en veiligheid.
Ik voel me zo bevrijdt!
Zo zeker als nu alles is
kon ik nooit bevroedden.
Dat jij in mijn leven kwam
al helemaal niet vermoeden.
De verandering
in mijn denken, voelen en geven
gaven juist die draai aan het leven.
Ik ben dankbaar voor ons lot, mijn zielsverwant.
De liefde die ik voor je voel
is een onmetelijkheid want,
het zal zich uiten in een innige trouw.
(...)
Ik hou zo vreselijk veel van jou.

Neem me mee
in je koffer van gedachten
op reis naar verre exotische landen.
Pak ook mijn respect in,
bewondering en verlangen
voor wat gezelschap
op warme en zonnige stranden.
Vergeet vooral mijn liefde niet
die ik voor je voel
voor bij een regenachtige dag.
En vergeet, voor bij een wijntje 's avonds,
vooral ook niet mijn glimlach.
Bemin dat beeld
in een paradijselijk mooi oord.
En weet dat mijn hart aan jou toebehoort.