1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Ik sidder bij de gedachte
aan die ene belevenis.
Die schreeuwende haat
met zijn kreet om vergiffenis.
Tranen, kwetsbaarheid,
verdriet om verloren respect.
De bedrieglijke spijt
in een relatie van wantrouwen
met tactloosheid verwekt.
De grauwe dagen
van gevoelens, radeloos.
Ik kijk naar buiten,
en zie de dood in een roos.
De drang om te luchten,
woorden in mijn hoofd.
De doofstomme klanken
die niemand gelooft.
Ik pak een pen en ik pak papier.
Het borrelt van oudzeer!
Al die momenten, lege uren,
beleef ik keer op keer!
Dan komt de rust
bij 't sluiten van het laatste woord.
De pijnen heb ik vorm gegeven
en op papier verwoord.
Via mijn hand
spraken de woorden van mijn geest
om te beschrijven hoe 't was geweest.
Daarna voelde ik
dat het me danig had verlicht
en de belevenis kon transformeren
tot een gevoelig, nieuw gedicht.