1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Beoordeling 3.50 (1 stem)
Alles wat ik gezien had
vervaagde tot een boze droom
die niet te stoppen was.
Een comateuze nachtmerrie
die geen zicht op een einde had.
Ik keek door het matste glas.
Gewapend glas.
Omdat ik die langdurige kwelling
wel moest doorstaan om door te leven.
Ik moest nogmaals de gruwelen
uit mijn diep beangstigende verleden beleven.
Ik vrat gras.
Dronk slootwater!
Stierf bijna
in de vrieskou!
Biddend dat het
toch nog goed komen zou.
Een jeugd,
zo zwaar bevochten.
Een wandeling
door de lege kamers
van mijn onverwarmde hart.
Ik luisterde naar
de echo's van jaren terug.
Voelde helse pijnen!
Huilde hysterische buien!
Was verward.
Ik vrat die pijn.
Dronk het bitterste gal.
Stierf bijna
door zelfmoord
in een koud, kil
en verlaten oord
Alles wat ik had was niets.
Niets om voor te leven
of er om te geven
in die comateuze nachtmerrie,
waarvan ik nooit gedacht had,
hem te overleven.
Maar ik wapende mij geestelijk,
omdat ik niet langer toestond
mijzelf te laten kwellen door 'toen'.
Ik doorstond het zwaarste.
Vocht door tot ik bloed zag!
Omdat ik wist dat het
't enige was wat ik kon doen.
Ik voelde me triest en eenzaam
omdat mijn mond geen 'Mamma' meer zei.
En de pijnen zijn er nog maar de plek
die ik ze gaf maakte het draagzaam en mij vrij.
Tevreden kijk ik met een frisse,
jonge geest, door het helderste glas.
Ik leerde mijzelf de kans te geven
om het kind te zijn dat ik nooit was.