Verdwaald in holle gedachten.
Vals, oneerlijk.
Tot mijn spijt,
bleken dit de krachten
die me straften met labiliteit.
Daardoor zoekend tussen levensbomen
naar het antwoord wat ik toen verloor.
Zal het zelfvertrouwen bij mij terugkomen?
Want dan kan ik eindelijk door.

Dan zijn er de momenten,
dat ik door de bagage van herinneringen, vlucht.
Groene ogen.
Blauwe, bruine tralies
die mijn gevulde leven isoleren.
Tochten door onbekende landen,
onmeetbaar diepe kloven.
Dan zijn er de momenten,
dat ik zwerf, een kille winterdag.
Grijs en grauw,
met nauwelijks licht in de hemel.
Honger, dorst, koude.
Uitzichtloos.
En beroofd van vertrouwen
in wat iedereen me deed geloven.
Dan zijn er de momenten,
dat ik door de mist vage silhouetten zie.
Spoken uit de bagage van herinneringen.
Plots kan ik me dan zo rijk voelen.
Alle indrukken, gevoelens, pijn en teleurstellingen van vroeger
kan ik dan als een kaarsje doven.
In de herinneringsbagage
ligt de vrucht van alle levenservaringen.
Beurs, droog.
Maar na een tijdje smaakt hij al wat beter.

Ze zijn er op ieder moment van de dag.
Verborgen gaan ze stil hun gang.
Opeens is daar een traan of een glimp van een lach,
maar ze maken je soms ook verschrikkelijk bang.
Ze zitten nooit eens even stil.
Ze hebben altijd wel weer iets.
Soms gaan ze een weg waar ik niet wil,
maar nooit hebben zij eens helemaal niets.
En hoe stiller ik ben,
hoe meer kansen zij zien.
Ze rusten pas als ik beken
wat zij allang hadden gezien.
Ik heb al veel van hen geleerd,
veel konden ze verzachten.
Wanneer mijn hart weer was bezeerd
vond ik troost in mijn gedachten.
Gedachten zijn moeilijk in woorden te vangen.
Ze zijn het geheim in een mensenhoofd.
Beïnvloeden onzichtbaar de wandelgangen
en wegen mee in wat je gelooft.
Mijn gedachten voeren me steeds meer
naar een heel geliefd persoon.
En ik verbaas me telkens weer
hoe dat kan...het gebeurt gewoon.
En toch is het ook weer heel normaal,
want gedachten ontspringen in je hart
en vertalen je gevoelens in onzichtbare taal...
De taal van de liefde, maar ook die van smart.

Waarom is het leven zo hard?
Het waarom zullen we misschien nooit weten.
Ik kan al die dingen niet zomaar vergeten.
Ik denk dat iedereen het wel wil weten
waarom je zo veel pijn en verdriet moet hebben in dit leven.
Het is soms zo moeilijk om verder te gaan met je leven.
Ik weet: "Je kunt het niet zomaar opgeven."
Maar wat moet je nou met zo'n leven?
Waarom heb ik het gekregen?
Wat is mijn bestaan van het leven?
Ik heb hier niet om gevraagd
om op deze manier te leven.
Ik heb het ook maar gekregen.
Ik kan het niet vergeten en ik zal het nooit van mijn leven vergeven.
Ik probeer wel verder te gaan met mijn leven.
Hoe moeilijk en hard het ook allemaal zal zijn en gaan.
Dit is nu eenmaal mijn leven
en ik moet ermee leren te leven
zoals ik hem heb gekregen.

Ergens in mijn hart is een plekje, daar kan niemand bij.
Dat kleine stukje is alleen van mij.
Wat ik daar verborgen hou,
ligt een verlangen naar wat ik zo graag wou.
In dat plekje ligt iets moois, iets prachtigs.
't Is voor mij iets groots, iets machtigs.
Dat gevoel wat erbij hoort, begrijpen kan 't bijna niemand,
Ermee omgaan is soms moeilijk en soms deel ik 't met iemand.
Alleen degene die me kent, snapt wat ik bedoel
en weet hoe ik me soms erbij voel.
Waar ik aan denk, hoe ik ermee probeer om te gaan,
't Enigste wat ik dan op dat moment vraag:
"Wil je soms even een arm om mee heen slaan?"

Als het schemer wordt,
gaan buiten de lantaarns aan.
Als het donker wordt,
gaan binnen de kaarsjes aan.
Als het van binnen schemer wordt,
kan er geen lichtje aan.
Als het van binnen donker wordt,
kom je vaak alleen te staan.
Mensen hebben weinig tijd.
Mensen hebben haast.
Pas als een lichtje gaat branden,
besef je waar het allemaal om gaat.

Geboren worden is een wonder,
kind zijn,
mens zijn.
Het leven kan niet zonder
Het leven leven,
kind zijn
mens zijn.
Dat wat je kan geven.
Geven in vreugde en verdriet,
kind zijn,
mens zijn.
Blij zijn met wat je ziet.
Door de ogen van een kind,
zo graag bemind.
Door de ogen van een mens
verlangend, de wens...

Als man ben je een nul.
Niets, van alles heb je benul.
Alleen denken aan jezelf,
nooit zal je iets doen voor ander.
Zittend op een houten bank buiten in het park.
Het huis waar je in woont ziet er net zo uit als jezelf.
Stinkend en goor, maar hoe komt dat?
Dat jij het leven van jou zo in de goot heb gegooid?
Je was een man met veel allure.
Door wie en waarom ben je zo gezonken?
Vroeger liep je naar iedere meid te lonken.
Wat is er veranderd in jouw leven?
Wil je niet meer terug
naar het beste van je leven dat jij eerst had?
Jammer dat jij zo ver weg bent gezonken.
Gezonken met jezelf...
Je eet niets meer.
Je denkt ook er niet over na om iemand je te laten helpen.
Waarom  is het zover gezonken?
Gezonken met jou...
Is er dan niemand die van je houdt?

Meer gedichten