Leven

De waterfile lacht eerbiedig
naar de oude wijze eik
en zijn trouwe visser
die bladerend tegen herfstwinden,
kreunend om zijn hard gelag,
de waanzin gade slaat
van een gekte dezer mensheid
en als vastgeroeste toezichthouder
nooit zijn uitkijkpost verlaat.
De waterfile kust de horizon.
In zijn kielzog snijden de hekgolven.
Stukken uit de fundering slijtend
van de eeuwen oude eik aldaar die
met zijn visser, deinend in meewarigheid,
op de ritmes van zijn tijdslijn
de vergroeide reus daar zuchtend groet
als het baken van de helderheid.

Ik zit hier maar wat te denken aan jou,
daar in je kantoortje, jij werkende vrouw.
Waarschijnlijk razen je vingers over het toetsenbord
en ben je hard aan het arbeiden.
Misschien wel sollicitatiebrieven aan het schrijven?
Een natte oksel van een klein beetje zweet,
omdat je collega iets voor de tweede keer niet weet.
Daarom pak ik mijn pen en schrijf dit klad.
Ben ik toch een beetje nuttig. Doe ik toch nog wat.

Soms denk ik:
"Kon ik het maar terugdraaien. Mijn leven."
Alles wat er fout ging in de liefde,
mijn geest of geneugten
geschonken door Bacchus. Heel even.
Een kort moment
die frisse wind erdoor laten waaien.
Want een leven kan veel ironie zaaien.
Je vult het, gelijk een ideaal aan dromen,
verlangens in excessen,
hopend op goede tijden die zullen komen.
Als daar dan komt
de acceptatie en besef van realiteit.
Dat je hoopt dat het allemaal anders loopt
maar ook ziet dat het je bevrijdt,
-'Was het dan toch ergens goed voor'-,
en daarna doorademt zonder spijt,
met de rijkste aanvulling in het leven,
de ziel wat ingesleten, en dat ik nu weet
wat ik toen nooit had kunnen weten!
Waarom dan terugdraaien
van een gebeuren onverbiddelijk?
Het omdraaien van pijn en schaamte
heeft nog nooit ergens toe gediend
en heeft niets beminnelijks.
Leer van fouten ooit in het leven gemaakt.
Zorg dat misstappen niet zijn te negeren.
Tracht er iets van te leren.
Probeer het te ervaren en te voelen.
Zorg dat het je raakt!

Het lichaam van de maatschappij
heeft vele armen met vele vingers
die bevooroordeeld,
met een priemende kortzichtigheid,
in staat blijft
om mensen chronisch te straffen,
na te wijzen of te vernederen.
En dat keer op keer!
Deze stigmatiserende daden,
zo vreselijk onterecht,
zijn onmenselijk en maken mijn,
niet al te grote, zelfverzekerdheid
heel klein en teer.
De Jodenster als dogma
en apartheid als de nieuwe leer.
Generaliseren was nooit weg.
Het in hokjes plaatsen is er weer.

Ik heb soms van die momenten, dagen wel.
Dan zit ik niet zo lekker in mijn vel.
Het voelt dan alsof ik tussen twee werelden leef.
De dagelijkse dingen niet op hun waarde beleef.
Dat mijn perimeter van 'hoe het niet moet'
het laat afweten en ik juist alles fout doe.
Het is zo'n leeg gevoel en soms een grote last
die niet bij mijn denken hoort, er niet bij past.
Dan sluit ik me maar op, de gordijnen dicht.
Even geen indrukken meer van buiten, zelfs geen licht.
Om dichter bij mezelf te komen, te bezinnen
en te kijken of ik het nog van deze dag kan winnen.

Het zat in me,
die verwevenheid met de waarheid,
bevochten in de lengte der tijd,
dat mijn manuscript van het leven
richting gaf in die harde, donkere strijd.
Ik ben gegroeid
en sta op de schouders van het leven,
aanschouw mijn nieuwe horizon
die naar alle richtingen reikt.
Onversaagd strooi ik
mijn gedachten, als bloemen
op het onbekende pad,
verlaat het oude,
zonder die verlammende spijt.

Wat is het?
Wat bepaalt het leven?
Hoeveel kan een mens ontvangen,
incasseren of van zichzelf geven?
Hangt het af van het lot
of aan het einde het plot?
Is het misschien de vraag of je deugde
die je, in je onbevangenheid stelde
als jouw grootste geneugte?
Is het toch twee keer in enen
of uiteindelijk één keer in twee?
Is het een landschap of is het de zee?
Is het gelijk aan koud water, dichter bij warm?
Je hebt al het geld, maar waarom toch arm?
Zijn het woelige baren, een barenswee?
Waarschijnlijk een wild leven of toch heel gedwee?
Maar misschien ook  een zucht en anders een scheet,
zodat je met niets daarom heel veel weet!
Wat is het?
Wat bepaalt het leven?
Wie bepaalt wat wij ontvangen of mogen geven?
Is het daarom onbetaalbaar? Is het zonder hoop?
Is het leven bitter? Of toch zoet als stroop?
Wat wordt het leven nog meer na de som van alle belevingen?
Vormt dat het  leven echt ondanks al zijn nare ingevingen?

Ik sidder bij de gedachte
aan die ene belevenis.
Die schreeuwende haat
met zijn kreet om vergiffenis.
Tranen, kwetsbaarheid,
verdriet om verloren respect.
De bedrieglijke spijt
in een relatie van wantrouwen
met tactloosheid verwekt.
De grauwe dagen
van gevoelens, radeloos.
Ik kijk naar buiten,
en zie de dood in een roos.
De drang om te luchten,
woorden in mijn hoofd.
De doofstomme klanken
die niemand gelooft.
Ik pak een pen en ik pak papier.
Het borrelt van oudzeer!
Al die momenten, lege uren,
beleef ik keer op keer!
Dan komt de rust
bij 't sluiten van het laatste woord.
De pijnen heb ik vorm gegeven
en op papier verwoord.
Via mijn hand
spraken de woorden van mijn geest
om te beschrijven hoe 't was geweest.
Daarna voelde ik
dat het me danig had verlicht
en de belevenis kon transformeren
tot een gevoelig, nieuw gedicht.

Ik voelde de warmte
die me werd geschonken
op een mooie lentedag.
Wandelen in de open ruimte.
Iets wat ik zo graag doen mag.
Het hele landschap baadde in goud
door het innig schijnen
van een vrolijk kijkende zon.
Plots vroeg ik me af
hoe het eigenlijk nog steeds kon?
Dat er mensen zijn die, zelfs vandaag,
in het geestelijke duister leven
en vastberaden
hun hersenspinsels weven.
Mensen die verlangen
naar de dood, of juist rust.
Of heel stilletjes hopen
dat iemand de eenzaamheid wegkust.
Wat is het toch ironisch,
die speling van de innerlijke natuur,
dat daardoor mensen anders leven.
Leven, uur bij uur.
En ik kon het me zo goed voorstellen
omdat ik die inkzwarte gedachten,
zelfs bij mooi weer, ook zo goed ken!
Want ik leefde ooit dat leven.
Ik was in vroeger tijden een van hen.

Meer artikelen...