De boom in de tuin heeft nog steeds geen bladeren,
evenals de rozenstruik met zijn doornen scherp.
Beiden drinken ze het tranenvocht
van een hemel die niet anders dan huilde,
waarachter de zon zich verschuilde.
Bang voor de kou van Koning Winter
toen hij weer een kwakkelwinter kocht.
Maar we zijn er bijna, het wachten wordt beloond.
Want mijn geliefde Lente wordt binnenkort gekroond.

Lentekriebels voel je goed,
heerlijk en vrolijk.
Dingen doen, wandelen door de bossen.
Samen genieten van de lentezon.
Jij denkt voor mij, ik voor jou.
Slopende dingen, herinnering aan de goede ouwe tijd.
Samen praten, dingen voor elkaar laten.
Haten om dat het niet gaat.
Dromen en werkelijkheid is het wel waar;
"Dromen zijn dromen," zeggen ze altijd.
Met jou beleef ik het als werkelijkheid.
Lentefeest denken de mensen het meest.
Drinken en eten, pratende mensen.
Bloemen in bloei, gras en bomen die weer bij komen
van het winterseizoen.
Vogels fluiten hoog boven in de bomen.
Een teken dat de lente is gekomen.
Snel zal de zomer dan weer komen.
Weg zijn dan de dromen,
waar wij samen in voorkomen.
Het zal nog even duren
voor de lente weer om het hoekje staat te geuren...

In de vroege ochtenduren
hoor je de vogels tjilpen.
Hoor hun gezang:
"Tjilp, tjilp, tjilp."
Maar dat maakt niemand bang.
Het is een gezelligheid van je welste,
hoe de vogels hun gezang voort zetten.
Luisteren naar het gefluit
die de merel uit.
Hoor het gekwaak van de eenden
die vrolijk in de vijvers rond zwemmen.
Luisteren naar de ganzen,
naar hun gekrijs en gesis.
Wat is het toch heerlijk
als het weer lente is.