Al heel groot, maar leek ineens zo klein,
zoals hij daar stond op het schoolplein.
Zijn eerste morgen in de nieuwe klas
zat hij op zijn stoeltje helemaal in zijn sas.
Nog een kus en even zwaaien.
En nu maar wachten tot de wijzers naar 12 gaan draaien...

Jouw leven,
heb jij wel een doel?
Moet alles zo gaan
hoe jij het wilt?
Helaas is het bij jou
maar al te waar.
Leef jij je eens in
hoe een ander zich voelt
door jouw stijl van leven.
Daar kan ik niet mee leven.
Nooit een helpende hand geven,
wel nemen, dat doet zeer.
Keer op keer.
Dat ik jou zo in het leven ziet,
ken jij geen verdriet?
Al ben je mijn dochter,
maar ook weer niet,
ik lijd onder jouw levensstijl.
Is te hopen
dat jij ooit eens
uit deze droom wordt geholpen.

Op je hakjes
al lopend over straat.
Aan de hand van je moeder,
kijkend vrolijk,
traantje wegpinkend.
Was bij haar moeder.
Hakjes kletteren over de tegels.
Aan haar neusje hangt een pegel.
Moeders hand bracht het doekje,
snoot haar neusje.
Kindje lief, jij bent mijn hartendief.
Je moet eens weten
hoeveel ik van jou hou.
Hand in hand gaan ze door.
Zij voelde haar verloren,
omdat het andere kindje
nog moest worden geboren.

Kinderhandje, zo klein.
Pakte een handje sneeuw.
Dwarrelend viel het op haar neer,
sneeuwvlokjes zo zacht.
Kindje in de sneeuw,
jij bent een pracht.
Jouw haartjes zijn nu wit.
Is net of er poedersuiker op ligt.
O, wat geniet jij van de sneeuw.
Duurde het maar een eeuw.
Kindje zo zoet,
jij weet hoe het moet.
Kom in onze armen
en laat je handje verwarmen.
Al kijkend naar de lucht
gaf het kindje een zucht.
Sneeuwvlokjes over jou laten weten,
dat wij van je houden.

In tehuizen
weggedaan.
Waarom in Godsnaam?
Ouders zonder geld.
Kinderen ondergebracht
voor een beter leven.
Dat zullen ze daar ook niet krijgen.
Ze hebben geen speld om mee te rijgen.
Ook bijna niets te eten.
Willen jullie het echt weten
dat wij klagen
en onze kinderen veel vragen?
Wou dat onze kinderen
net zoals deze hun weten te gedragen
zonder iets te vragen.
En dan zullen ze ook
op handen worden gedragen.

Mijn kinderen zijn het mooiste in mijn leven,
mijn kinderen aan wie ik al mijn liefde zal geven.
Mijn oudste, mijn redder in nood,
want zonder haar was ik waarschijnlijk nu dood.
Mijn kinderen waar ik zielsveel van hou,
die ik ook echt niet aan anderen toevertrouw.
Zij zijn mijn alles, zij zijn mijn leven.
Alle liefde die ik bezit zal ik aan ze geven.
Ik hoop ze te maken tot goede volwassen mensen
en zal ze al het geluk toe wensen.
Mijn zeven kinderen, mijn leven, mijn geluk.
En echt deze band krijgt niemand ooit stuk.

Zal je altijd van me houden?
Wil je er altijd voor me zijn?
Mag ik op je blijven bouwen?
Dat zijn soms van die vragen,
waarop ik geen antwoord weet...
Als je maar weet mijn kleine meisje,
dat mama je nooit vergeet!
Zal je me altijd steunen mama?
Blijf je altijd naast me staan?
Want alleen kan ik niet leven,
ik heb jou om door te gaan.
Daar kan ik niks op zeggen lieverd,
maar zal er alles aan doen.
Er steeds weer voor mijn kindjes te zijn.
Daarom een knuffel en een zoen.
Een kinderstemmetje schatert zacht
terwijl ze fluistert:
"Mam...ik had van u  niet anders verwacht."

Ik vind je een schatje,
zoals je daar zit.
Spetterend in je badje
schater je het uit van pret.
Je bent een lief, klein mensje.
Het groot worden gaat zeer snel,
maar iedere zomer zie ik het weer...
Die eerste keer buiten in het badje.
Kreetjes van liefde,
kirren van plezier.
Gelukkig zie ik het in mijn dromen
nog vaak van mijn lieverds...alle vier.

Meer gedichten