1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

Je doomde weg,
je voelde je licht worden.
Je werd opgetild door de wind.
Je weet nog niet waar jij je bevind.
Het was zo heerlijk
om van niets te weten.
Waar je nu even
zonder je lijf te bewegen.
Niets van alles wat je nog deert.
Wat is er nu nog meer?
Je opende je ogen,
zag de wolken langs je heengaan.
In de verte zie je de maan.
Je genoot van deze stilte.
Je sloot je ogen weer
en heel langzaam werd je op de aarde teruggebracht.
Met veel meer rust en innerlijke kracht.
De wind die jou heeft gedragen...
Jij kan nu veel meer verdragen.
Je bent een ander mens.
Zij kan weer verder met haarzelf
en wil dit delen met haar medemens
die zij heel veel liefde toewenst.