Dood

Ik zie je nog liggen in dat ziekenhuisbed.
Je was gestorven, doodgegaan. Nog maar net!
Mamma huilde. Broers en zusje hadden verdriet.
Maar dat gevoel? Dat gevoel herkende ik niet.
Ik was blij, een beetje bang, maar opgelucht.
Ik hoefde niet meer op de vlucht
voor jouw allesbeheersende dictatorschap
of voor een harde, onverwachte klap.
Sorry pa, misschien klinkt dit wel hard.
Maar jouw 'in leven zijn' maakte me verward.
Ik haat je niet, maar kan 't je nooit vergeven
wat jij bij ons veroorzaakte in het leven.
Sterven was het beste wat je ons ooit aandeed.
Wij konden niet leven met jouw psychische leed.
Je was te ernstig ziek en geestelijk labiel.
't Was een nieuw begin op de dag dat jij ons ontviel.

Ronddravende muizenissen
Vallend in herhalingen
Hersenen sissen en gissen
Miljoenen tegenstrijdige gedachtedwalingen
Ooit zal het ophouden
Eeuwige Rust zal me inlijven
Oneindig Donkere Wouden
Geen optie dan doordrijven
Gedachten ratelen alsmaar door
Rode Knop, éénmalig gebruik
Duizend duivels schreeuwen in mijn oor
Eenrichtingsverkeer, bestemming Hein’s luik
Geest is lichaam
Onafscheidelijk door het leven
Slechts zicht door één vensterraam
Zwart doet iedereen beven
Zwart, het ontbreken van bestaan
Afscheid, de zekerheid des levens
Roes, mijn sjamaan
Vlucht, voor werkelijkheid en regels

Slechts even kind
was jij een vlinderkind.
't Mocht niet zo zijn,
je was maar zo klein.
Alle liefde hebben ze je meegegeven
in jouw prille bestaan.
Ze wilden dat je langer kon leven,
maar je vloog ver
ver van ons vandaan.

Mijn kleine meid...
Ik wist niet dat je er was.
Toen het mis ging, toen wist ik 't pas.
Je zat in mijn buik,
ik had krampen en probeerde ze te verzachten met een warme kruik.
Ik was pas een paar maanden zwanger van jou,
maar mocht je niet houden, waarom nou?!
Soms stel ik me voor, hoe je er nu uit zou zien,
of je net zoals je zusje blonde krulletjes hebt en een wipneusje bovendien.
Vaak vraag ik me af,
waarom mocht ik je niet 't leven geven, zoals ik je broer en zusje 't gaf.
Elke keer als ik aan je denk,
vraag ik me af, waarom namen ze jou van me af, zo'n mooi geschenk.
Soms heb ik het gevoel of je even tegen me aanligt
en voel ik een zachte bries gaan langs mijn gezicht.
Dan lijkt het of je me een knuffel geeft,
een heerlijk gevoel en is het of je in mij leeft.
Je blijft voor altijd in mijn gedachten,
de tijd zal het leren de pijn te verzachten.
Vaak is mijn verlangen erg groot naar jou,
lieve kleine Mirjam, mamma houdt van jou!
Ik heb je een speciaal plekje in mijn hart gegeven
en draag je mee voor de rest van mijn leven!

Woorden van kinderen hebben een helende macht,
uit woorden van kinderen haal je een bepaalde kracht.
Ook al heb jezelf nog zoveel pijn,
dan kunnen hun woorden heel ontroerend zijn.
Zoals mijn neefje die even stilzwijgend staat bij de zijn opa's kist,
je ziet hem denken...wetend dat hij wat mist.
Ineens zegt hij: "Oma, weet je hoe ik weet dat opa dood is?"
Oma kijkt op hem neer.
"Nou," zegt hij heel wijs: "Zijn buikje gaat niet meer heen en weer."
Vertederd slaat oma haar armen om haar kleinzoon heen
en even zag ik dat er door haar tranen een glimlach verscheen.

Je was nog zo klein, te klein om op de aarde te zijn.
Je hebt gevochten voor je leven en tegen de pijn.
Je strijd duurde lang en was intens.
Nog nooit zag ik zo'n dapper klein mens.
Toch kwam de dag dat ze je moesten laten gaan.
Het enige wat ik kon doen was naast ze staan.
Je was de liefde in hun leven.
Nu moesten ze hun engel aan de sterren teruggeven.
Jouw afscheid was zo intens.
Ze hebben mij verandert als mens.
Je liet zien hoe groots klein kan zijn,
hoe intens je kan leven ondanks de pijn.

In mijn laatste dagen wil ik genieten,
me met vreugde laten overgieten.
In mijn laatste dagen wil ik voor iedereen aardig zijn,
niet meer denken aan alle pijn.
In mijn laatste dagen wil ik iedereen mijn liefde schenken,
zodat ik me niet hoef te bedenken.
Zodat ik kan zeggen: "Mijn laatste dagen zijn fijn geweest."
En niet hoef te zeggen: "In mijn laatste dagen heb ik geleefd als een beest."
Maar juist: "Mijn laatste dagen zijn de allermooiste geweest."

Je wordt geboren.
Je groeit op
en veel liefde ontvangen.
Liefde geven, leed en verdriet.
Pijn en geestelijk, niemand die het ziet.
Knagend van binnen, lijd je eenzaam door je leven.
Je kan het nergens kwijt.
Je begin te twijfelen of je het wel goed hebt gedaan in je menselijke bestaan.
Je zit nu te wachten achter het gordijn.
Je lijdt aan een vreselijke ziekte.
Je kinderen laten je staan.
Ze komen je niet bezoeken.
Je staart in de verte vanuit je bed naar het raam.
Je wil weg uit je leven, een leven zonder een bestaan.
Niemand die om je geeft
en jij veel pijn van je ziekte heeft.
Je ligt nu eenzaam en verlaten in je kamertje van vier bij vier.
Je wou dat ze je kwamen halen.
De dood, ja dat is het wel misschien.
Je sloot je ogen, je hoorde stemmen in de verte.
Een lieve stem die jou vertelde,
dat het tijd werd dat je heen zal gaan.
Je hoorde mooie muziek, een helder licht.
Je adem stokte, je viel in een diepe slaap.
Eindelijk, je bent bevrijd uit je verdomde eenzaamheid.
Nu hoef je niet meer te vechten tegen je pijn
en dat er nooit iemand bij je wilde zijn.
Rust zacht mijn beste.
Ik zal altijd aan je denken.
En in mijn hart zal ik met veel warmte terug aan je denken.
Want dat is het enigste wat ik jou in mijn gedachte nu nog kan schenken.

Een kind in de bloei van het leven,
een kind om zo veel liefde aan te geven.
Dat kind ben jij mijn schat ,
dat kind waarvoor ik alles over had.
Jij bent niet meer bij mij ,
was het maar waar dan zette ik alles opzij.
Jij bent nu ergens hierboven,
eens kom ik naar je toe dat kan ik je beloven.
Eens zullen wij elkaar weerzien,
en dan kunnen wij van elkaar houden misschien.
Een ding moet je nu nog weten ,
echt ik ben je nooit vergeten.

Meer artikelen...