Ik heb soms zoveel te vertellen,
dat vaak een korte gedachte
genoeg is om alles te verklaren.
Een flits van een gedachte
kan bij mij een heel gesprek vullen,
want dat zegt mijn gevoel.
Mijn God, ik wou dat zoiets ook met woorden kon.

Zo mooi als je bent,
nog steeds heb jij geen vent.
Met je mooie blonde lokken,
blauwe ogen en een mooie rode mond.
Wat is er met je aan de hand?
Zij schudde haar hoofd.
Niemand wil met haar vrijen,
zelf al was zij een keer verloofd.
Dood van binnen, koel kwam ze nu over.
Ze zat nu aan een tafeltje
met een glas cola in haar hand.
Ieder man die langs kwam keek haar aan.
Haar hart die sneller begon te kloppen.
De mannen liepen nogal geschrokken
snel weg van haar.
Wat is er met haar?
Snel stond ze op en ging naar buiten.
Mensen meden haar.
Is er niemand die haar liefde wil geven?
Of even haar wil strelen door haar haar?
Met haar hoofd iets gebogen liep ze naar huis,
achter de buis gekropen
en rookte maar raak.
Ze stond op en liep naar de badkamer toe.
Ze laat de badkuip vollopen
met veel schuim erop.
Ze klom erin, maar haar gedachten gingen er vandoor.
Met zulke grote borsten, zou zij er iets mee bereiken?
Ze streek even over haar borsten die je bijna niet zag.
Snel spoelde zij zich af.
Nu begreep ze het, waarom ze geen man kon krijgen.
Haar borsten zijn te klein
en mannen vinden het mooier om volle borsten te strelen.
Ze nam een besluit en ging naar de dokter
die klaarblijkelijk hetzelfde dacht als haar.
Een paar weken later stond ze daaar
met een groter cup was ze gelukkiger dan ooit.
En iedere vent die nu voor haar ontdooit...

Zoals ze zeggen: "Roken is slecht."
Ik rook al vanaf mijn twaalfde
en ik rookte als een gek.
Ik blafte als een ouwe hond.
Roken dat is ook zo gezond.
Het werden er steeds meer,
zestig per dag en mijn borstkas deed zeer.
Ik blafte steeds erger,
al wist ik niet wat ik er aan kon doen.
Stoppen werd mij verteld,
maar zoveel doorzettingsvermogen, van zestig naar niks,
nee dat vond ik maar niets.
Ben toch gaan zitten denken
en zei tegen mijzelf:
"Ik ga maar eens wat minderen en dan zien we het wel."
Van zestig naar twintig op de dag.
Moet toegeven, ik blafte hierdoor niet meer zo hard.
Maar wat is nu eigenlijk wel goed?
Wat je ook eet of doet,
al kan je lijnen en diëten,
geen alcohol meer nemen,
roken laten staan.
Al neem je drugs...
Het ergste is dat ik niet weet wat het eigenlijk is.
Laat mij dan maar twintig sigaretten roken.
Je mag toch al niet zoveel.
Mensen moeten het allemaal zelf weten
hoe ze hun leven in delen.
Niemand kan hier eigenlijk over oordelen,
want iedereen heeft zo zijn problemen.
De ene gaat aan de drugs
en de ander aan de vreet.
Ik rook nog steeds.
Laten we elkaar geen mietje noemen,
want ieder mens heeft wel iets om zich op af te reageren.
Dat zal men in de toekomst ons willen af leren.
Dan moet je nog vragen om adem te mogen halen
en dan moet je voor je ene adem nog wat Eurootjes betalen.

Met z'n allen naar de kermis toe.
Wat een gezellige boel.
Naar het Lunapark als eerst.
Dat was een heel gedoe,
om boven te komen.
Onze benen werden daarvan al moe.
Toen naar een schiettent,
stond daar een aardige vent.
Mochten schieten voor een kwartje
op een draaiende schijf.
Ik schoot midden in de roos!
De aardige man pakte een doos.
Daar zat een teddybeer in.
Er werd gejubeld en gejuicht.
Toen naar het reuzenrad.
Zit daar met de doos op schoot
en voor ik er erg in had
werd mijn teddybeer gejat.
Jankte van nijd,
ik was mijn teddybeer kwijt.
De rest van onze groep,
riep: "Het komt wel goed."
Zo daar ging het reuzenrad
en ik vergat de teddybeer.
We kwamen eruit met z'n allen.
Toen naar de snoeptent
om onze tanden van alle snoep een beetje te vergallen.
Zuurstokken werden er gekocht,
drop en suikerspinnen.
Wist van ellende niet
waar ik als eerste mee zou beginnen.
Zo alles was op en toen op weg naar de botsauto's toe.
Ze scheurde ermee en hoe.
Knalden met een rotgang tegen anderen aan.
Toen kwamen ze achter mij aan.
Knalden en botsten zo hard al ze maar kunnen,
tegen mij botsautootje aan.
Ik slingerde heen en weer,
mijn maag deed zeer.
Misselijk van al dat gedoe,
kotste ik alles eruit.
En de rest lachte mij uit.
Ik wilde weg van de rest, liep stiekem weg.
Huilend van eenzaamheid over de kermis heen.
Toen daar een lieve vrouw voor mij neus verscheen.
Ze pakte mijn hand en vroeg wat er was.
Ik vertelde haar over alles
en ook van mijn teddybeer.
Ze nam mij mee.
De schiettent waar ik door die man weer werd verrast
en met snoepjes werd verwent.
De vrouw ging mee om de rest te zoeken.
Eindelijk heeft zij ze gevonden
en ze waren blij om mij weer te zien.
Ze namen mij mee naar een snackbar,
kreeg frites en een kroket.
En toen besloten ze maar naar huis te gaan.
Ze hadden nu genoeg van alle pret
en ik ging meteen met mijn teddybeer naar bed.

Jij dacht dat ik rijk was.
Kon ik het maar tegen je zeggen
dat ik niets bezit.
Het enigste wat ik heb,
ben jij en mijn ziektes die ik heb.
Heb geen Euro voor mijzelf
dankzij de Ziektewet.
Bedankt dat de WAO mij na zeven jaar,
eruit heeft gezet.
Kon wel gaan werken
dachten ze bij de GAK.
Maar is nu wel zo gebleken
dat ik voor mijn leven voor 100% ben afgekeurd.
Toch nog tot heden beur ik geen Euro, helemaal niets.
Wat ik ook doe, wat ik ook zeg,
wat wij ook ondernemen,
ik heb verdomde pech.
Ze laten mij maar aan mijn lot over.
Maar het belangrijkste is mijn man.
Die staat boven de Euro.
Mijn man is alles wat ik bezit.
Verder kan ik zeggen, het GAK, WW en de WAO,
ze kunnen van mij de pot op met die hele klerenzooi.
Wat mensen zullen denken,
wat ze ook doen,
kan een ding maar bedenken,
zodat er mensen zijn die er om doen.
Die geld ontvangen van deze instanties.
Mensen met daadwerkelijke kwaal ziektes,
die zijn nu de dupe hiervan.
Die staan nu letterlijk en figuurlijk aan de kant.

Zo nu en dan
kan ik er wat van.
Dan drink ik zoveel ik maar kan,
flessen wijn die zo nu en dan
in mij verdwijnen.
Laat mij dan lekker gaan.
Is beter dan water uit de kraan.
Drink mij helemaal zat,
zodat ik niets meer zag.
Dat doe ik zo af en toe,
want van drinken word ik moe.
Dan kan ik weer eens lekker slapen
en dan heb ik een dag later
weer last van een kater.
En dan is het weer een dag later
en weet er niets meer van.
Zodat dit eens in een mensenleven kan.
Drink ik dan weer gewoon een glas bier
en dan heb ik geen geklier.
Want drinken doe je met plezier.
Maar eens in de zoveel tijd,
dat ik naar een grote fles grijp
dan zak ik lekker door.
Maar mij liefde voor jou gaat gewoon door,
al hoewel jij wel eens je geduld er door verloor.
Kan het best wel begrijpen,
maar laat mij eens in de zoveel tijd naar de fles grijpen.
Weet dat jij het niet leuk vind,
maar ik doe het nu samen met een vriend
en jij kan dan met een gerust hart
gaan,
en ik laat nu de fles voor altijd staan.
Als jij met mij wil trouwen
zal alles voor je verbouwen.
Als jij mij nu nog een keer laat drinken
zal er dan niet meer aan denken.
Zal je dan wat moois schenken,
wat jij dan kan bedenken.
Geef mij niet op,
ik zal mijn leven gaan beteren.
Zal nu zo gaan leven als jij,
dan worden wij samen heel blij.
Dat ik niet meer drink,
maar wel jij.

Jouw stem
die ontwaakte uit hem.
Zag hem.
Hoorde weer zijn stem
luid roepen om jou.
Wil gehoord worden door jou.
Zijn stem is helder, nu zo dichtbij.
Een koude vlaag die langs je glijd.
Zijn stem is nu niet meer zo ver weg.
Voelde zijn adem.
Jouw gedachten gingen naar hem,
wil die stem nog wel horen.
Waar is het gebleven?
Laat je stem nog eens horen,
wil jou zo graag horen.
Jouw stem,
kom terug naar waar hij hoort.
Luisterend ieder keer of ik jou hoor.

Je pijnigt je hersens.
O, wat een gedoe.
Je wilde het zeggen
en je wist niet hoe.
Je mond ging open
en daar kwam niets uit.
Denkend hierover,
hoe krijg ik het eruit?
Je loopt ermee rond
en al denkend over je problemen.
Je pakt een stuk papier
en kijk eens even hier
wat er te voorschijn komt.
Op een stukje papier,
je kon het niet zeggen,
maar wel op papier.
Is dus ook een manier van uiten,
van binnen naar buiten.
Zo dat is dat.
Jij bent weer blij,
want als je iets niet kan vertellen,
maar wel op papier
is dat ook vaak de beste manier.

Meer gedichten